Poë-lied

11-12-2016
Gisteren ben ik gestorven
Het was avond
Bijna nacht
Het mooie was dat na al die eenzame jaren
familie toch nog tijd had
En me een laatste bezoekje bracht
Ik ben gestorven het ging ‘heel vredig’
Fluisterden ze
Alsof ze mijn onrust ooit hebben gekend
Ik besefte: er is blijkbaar niemand zo aardig als een dode
Of moet je gewoon eerst sterven
Voordat mensen zien hoe mooi je levend bent?
Nu ik ‘zachtjes rust in vrede’
Gestrekt
In een eiken kist
Dure rozen op mijn geslepen zerk van marmer
Terwijl ik tijdens het leven
De rode cijfers van mijn bankrekening niet eens meer wist
Bij het afscheid woorden hoor
Over mij
‘Krachtig als een rots’
‘Nooit klaagend iets met dragend’
En sinds ik niet meer spreek
Ben ik (wanneer jij het moeilijk hebt) altijd ‘trots’
Alweer jaren ben ik gestorven
Een kaarsje
Op die ene dag
Toch blijf ik het jammer vinden
Dat het blijkbaar nodig was om te sterven

Voordat jij mijn mooiheid bij leven zag.

———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———
14-04-2016
Je zit op een berg zeg jij,
De route ben je vergeten,
de paaltjes heb je niet gevolgd.
Je zit op een berg roep je,
De storm heeft je geforceerd,
een onbekende plek heet nu thuis.
Je zit op een berg schreeuw je,
Sneeuw bevriest lijf en leden,
Je bloed, als water door de kilte verijst.
Besef je dan niet,
dat ijs alleen ontdooit
als klimaat verwarmt?
Ik je omarm?
Maar je zit op een berg fluister je,
De weerklank suist,
radeloos door mijn hoofd.
En nu vraag je me,
Haal me terug,
naar waar wij leefden.
Kon ik je maar vasthouden,
antwoord ik
dan smelt je hart weer zacht,
Als smeltwater,
een bergrivier.
Dan stroom je naar beneden,
met je tranen mee.
Terug naar de plek
waar we elkaar loslieten.
Maar je zit op een berg,
zeg jij.
———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———
13-03-2016
You never taught me
how to fly high or low.
You even forgot to tell me,
How the people lived below.
Below the trees where I was once created
Where I was told I couldn’t fly.
Where I believed
that my future wasn’t mine.
And finally when the other birds flew out,
There was nothing left to say.
All I could see was you leaving me,
While I was condemned to stay.
Believing that even years from tomorrow
my future would not be mine,
cause all I could see was you leaving me,
and I was condemned to be a bird
that would never  fly.
And years from today I spend waiting,
Hoping you would fly home.
That you would embrace your wings,
Around my disfigurement
and never leave me alone.
But when the hours were leaving me,
And time flew by.
It was a little voice telling me,
That all you ever said was a lie.
And finally when I cut the string,
That bridged me with history
I flew mountains far.
Leaving all hours that united you with me.
At times I feel so sad,
Hoping you are crying too.
Realising your lies had never left me,
Unitil I was free.
And I left you.
———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———
15-05-2015
Vroeger nestelde ik me
In jouw veel te grote trui
Dan struinden we in gedachten
Door de wereld
Die jij bereisd had
En ik gevlucht
Je liet vaak een briefje achter
Al voor de dag opstond
Ik nog sliep
En dan las ik
Wanneer de tijd ons weer samenbracht
Dan zag ik je blonde krullen
Ruziën met de wind
Hoorde ik hoe je fiets aan de muur vertelde
Dat je vermoeid thuis kwam
En dan nestelden we ons
In de gedachten van de dag
Giechelden we omdat alles wat we waren
Zo anders was
Tot op een dag
De fiets zweeg
Je trui roerloos in de kast vouwde
De wind je krullen verloor
En ik alleen de wereld in stapte
Met jou in mijn gevluchte hart
Je liet geen briefje achter
Omdat de tijd ons niet meer samenbracht
Toch, al voor de nacht sliep
Besloot ik weer op te staan
Om in de wereld
Die jij verliet
Met ‘ons’ in mijn hart
Verder te gaan
———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———
Bucketlist
Op jou schrijf ik levenslange
Dromen met een viltstift
in onmogelijk veel kleuren.

Op jou schrijf ik levensverre
mogelijkheden met een pen
in ongekend veel talen.

Op jou schrijf ik melodieuze
harmonieën met een potlood
in duizend soorten maat.

Op jou schrijf ik vrijbrieven
aan grenzen van houtskool
in open zinnen.

Op jou schrijf ik vertrouwen
strepen van veiligheid
onder belangrijke woorden.

Mijn bucketlist
Mijn emmerlijst
Jij gevuld met mijn dromen.

Een leven lang
hoop ik niet
Van jou af te komen.

——— ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———- ———-
Hoop
De dag zet ‘s avonds alle lichten uit
maar voor ze haar hoofd te rusten legt
prikt ze met een naald wat gaatjes
in de zwarte hemel die haar welterusten zegt.
Ik noem ze sterren

De dageraad breekt dan weer een nieuw begin
Zodat wat gisteren was voorbij kan vliegen
Een vogel met een geknakte vredestak
Hoog in de lucht zodat de zon je zacht kan wiegen
Ik noem het licht

Maar als de nacht dan weer donker wordt,
En geprikte gaatjes de zwarte lucht niet meer verlichten
Jij alles doet om je armen groot te spreiden,
maar je vleugels aan de levenswind bezwichten.
Ik noem je sterk

Ik hoor je, ik voel je
Benoem alles wat ik zie!
Omdat ik geloof in perspectieven,
In kleurige dromen,
Ook al zie jij ze niet!

Ik noem het hoop…
Ik noem het hoop…
En ik hoop
Op jou