Nu dacht ik…

 

9 Februari 2018

Haar ene hand stak ongeveer 20 cm hoger dan de andere uit de houten kist. Als twee gepauzeerde tienervuistjes, die elk moment verder zouden kunnen gaan met leven. Nog nooit zag ik lichaamsdelen zo stil in de ruimte staan.

Ik was net een week in Chicago, de straten voelde nog aan als een decor en het besef dat dit mijn thuis zou worden was nog ver te zoeken. Ik vond het een regelrechte hel, die stad met haar dichtbevolkte problematiek. De eerste nachten werd ik constant gewekt door een sonate van schietende wapens en gillende sirene’s. En als de luid toeterende trein voorbij kwam leek het einde van de wereld vanzelf nabij.

Toch was die vieze luidruchtige plek voor veel kinderen de enige wereld die ze ooit zouden leren kennen. De meeste gingen nooit op reis, ze hadden werkelijk geen idee van de rest van onze planeet. Daar hadden ze eigenlijk ook maar weinig tijd voor; want geboren worden in Chicago, betekende letterlijk overleven in Chicago. Onze kinderen groeiden op in gangs, ze wisten meer over het straatleven dan van keersommen. Zelfs de kleuters wilde niet met elkaar spelen als ze besefte dat hun ouders tot tegenstrijdige bende’s behoorde.

Brianna bracht veertien lente’s op deze aarde door. Haar Stiefvaders lidmaatschap van de befaamde ALEN (Almighty Latin Eagles Nation) maakte dat Brianna’s lente nooit meer een zomer zou worden. Haar dikke wenkbrauwen tekende een scheiding tussen het botje in haar neus en de frons op haar voorhoofd. Omdat haar ouders niet voldoende middelen hadden, zou ze geen begrafenis krijgen. Haar lichaam was daarom nog niet verzorgt waardoor de angst op haar gezicht te lezen was.

De angst van dat kleine meisje was na de dood nog voelbaar. Het was zo snel gegaan. Een man reed langs en schoot van dichtbij al haar dromen kapot. Plof, zo haar kist in. Op haar afscheid waren velen gangleden aanwezig. In de straten moordden ze elkaar, in onze kapel deelden ze in ons gebed.

En dat maakte me woest… al onze kinderen die afscheid namen van hun vriendinnetje. Naast al die grote mannen met hun tattoos die zogenaamd respect kwamen tonen. Het was een mooi beeld, maar oh zo hypocriet… waarom hebben we in Gods naam kerken nodig voor vrede? Religies voor goed gedrag? En de dood van een kind… voor harmonie?


23 januari 2017

Ik ben nooit zo goed geweest met boyband posters. Zeg maar gerust ik was een ramp met boyband posters, een analfabeet met boyband posters, een boyband poster fiasco met hoofdletters en tien uitroeptekens. En al lijkt het nu een beetje overdreven om daar iets over te schrijven, TOEN was dat een gigantisch probleem. Een misère pur sang.

Want terwijl heel tienermeisjes-dorp, wegkwijnde bij de aanblik van vijf (of vier?) van die mannen op een dekbedovertrek die zichzelf Backstreet boys noemde… was ik vooral bezig met het onthouden van de clues. Harige mannen waren ‘woest aantrekkelijk weet je’. En mannen met brede armen ‘hadden een lekker lijf niet normaal’. Ik werd spontaan meester in copy-pasten, een soort boyband-oloog in opleiding. Want… ik voelde niets, nada, nothing, totaal geen flikker, bij de aanblik van die woest aantrekkelijke lekker lijvige boy-achtigen. En omdat verliefd zijn op de juf van groep 6 (of 7 of 8: ik hield van afwisseling) gewoon minder in de mode was… werd ik steeds creatiever in mijn poging tot boyband waardering. Zo maakte ik lijstjes in mijn hoofd van mannelijke eigenschappen… zei ik dat ik op negers viel (die had je toch niet in het dorp), en leerde ik alle namen van mannelijke sterren uit mijn hoofd. Ondertussen werd ik een soort kameleon: tijdens rekenen zat ik te flirten met de juf, en in de pauzes te discusseren over de nieuwe liefde van Nick van Westlife (waar ik inmiddels ‘fan’ van was). Het liep pas echt uit de hand toen zelfs Sinterklaas mijn rol ging geloven en ook mijn bed bedekt werd met de ‘super geile aanblik van Nick’.

Pas jaren later… vele jaren later… zat ik tegenover een geweldige ziel die me zei: goh Fieke… maar dan ben jij toch gewoon lekker lesbisch? De meest heerlijke zin… na jaren bi-seksueel, maar misschien ook op mannen, en tja ik weet het niet gelul… ben ik inmiddels alweer een tijd, in het openbaar, full-time lesbisch.

Al die dingen… en nog veel meer… sprongen door mijn hoofd. Toen ik net naar huis reed. En door het raam van de buren een foto van Justin Bieber zag hangen…


12 januari 2018

‘… Dohohominnuuusss dixiiit aahaadmeee… Fiihhiiihhhii…’
*BEEEEEEEEEEP*

‘sister Luca please pick up line 402… sister Luca please pick up line 402’. Ik keek vragend naar de donkere ogen van Zr M Immaculata, ze knikte. We zaten in een kringetje in de recreatiezaal de koorzang voor aankomende Zondag te repeteren. Alles moest licht en hoog, ik kreeg er keelpijn van, en was maar wat blij dat ik op mocht staan om de telefoon op te pakken. Ik maneuvreerde me voorzichtig, als een volleerd religieus, door de in koormantel geklede groep vrouwen en liep naar de telefoon. ‘Memento morientium, Mi Jesu Misericordia sister… this is your mother… thank you sister’. Mijn moeder??? Het zweet tsunamide zo wat uit mijn tunica van spanning… waarom belde ze? Was er iemand dood? Mijn familie mocht maar eens per zoveel tijd bellen. Dat was gebruikelijk in het klooster, dus waarom nu? ‘Dag Zuster Luca… met mama… Gefeliciteerd… je bent tante geworden…’. Ik sloeg zo wat achter over… TANTE? Mijn moeder ging kalm door met haar verhaal… ‘je zusje is bevallen, het is een meisje, ze heet Dani, en ze is gezond ze is X kilogram zwaar maar ligt nog in het ziekenhuis’. Voordat ik verder kon vragen hoorde ik de bel voor de Vespers… verward als ik was stamelde ik iets als: ‘Fijn! Gefeliciteerd! Is Josje Ok?’ ‘Ja’: antwoordde mijn moeder. ‘Ok ik moet gaan’ zei ik… beseffende dat dit gesprekje al een privilege was, en ik op moest schieten omdat de Vespers bijna begon. Ik hing op, en vloog naar de kapel alsof er vuur uit mijn sandalen spoot. IK WAS TANTE! Omdat mijn lieve medezusters in stilte communiceerde ontving ik die avond allerlei briefjes onder mijn deur met toezeggingen van gebed, kleine tekeningetjes en zelfs de belofte tot het maken van een doopjurk. Het zou nog ruim een jaar duren voordat ik haar voor het eerst in mijn armen sloot en haar in een koude kerk aan God toevertrouwde. Dat kleine mooie eerlijke meisje, vandaag alweer zes jaar. Ik zeg het toch maar even… ‘waar blijft de tijd?’.


25 september 2017

Het was donker die nacht. Op een enkele solo van krakende sandalen na, waren alle zusters al naar hun cel. Ik was ‘sacrastin’ oftewel kapelzuster en deed verwoede pogingen om de hoogste kaarsen te doven, in de hoop dat ook de laatste zusters de kapel zouden verlaten. Ik was moe, doodmoe. Al weken hadden we deze kerstnacht voorbereid. Jurken gezocht voor de meisjes, pakjes voor de baby’s, altaarkleden gesteven, habijten gewassen, uren geploeterd met het cantorum, en mijn vingers paars gespeeld op het orgel.

De plastic kerstboom leek meer energie te hebben dan ikzelf die door de geest verlicht zou moeten zijn, helaas hadden de laatste die-hard-zusters dat niet zo door. Het was kerstmis en iedereen was blij, maar dan ook écht blij, niet ‘goh-wat-was-het-eten-lekker-blij’ maar van binnen blij. Dat voelde ik. Dat wist ik. Maar ik wist ook dat de bel me morgen om 4.00 uur weer uit mijn bed zou lichten en ik me dan waarschijnlijk niets meer van deze innerlijke blijheid zou kunnen herinneren. Ineens werd mijn innerlijke discussie doorbroken door het geluid van een stem, en in een kloostergemeenschap is dat tijdens de ‘silentium’ (stilte uren) een redelijk event. Dat gebeurde nooit, écht nooit. Zelfs toen ik in een tekennest stapte, en pas onder de douche ontdekte dat ik 30 ‘moedervlekken’ rijker was, communiceerde de overste en ik op papier. Stilte was in het klooster, écht stilte. Maar niet vannacht… ik hoorde de stem van zuster A. het Duitse kerstliedje zingen wat elke nacht in ons Nederlandse moederhuis werd gezongen. Het huis in het land wat ik miste. Het huis waar ik enkele jaren daarvoor was ingetreden, en uit gehoorzaamheid verwisselde voor de achterwijken van Amerika. Ik hoorde haar zingen en besefte dat ze het deed om mij te laten voelen dat ik niet alleen was. Dat ze wist dat ik heimwee had. Met een dik Amerikaans accent zong ze stug door de Duitse woordklanken heen…


Süßes, liebes Jesulein,
Ehe wir zur Ruhe gehen
Soll es uns’re Freude sein,
Holdes Kind, Dich noch zu sehen.
Liebe hat uns hergebracht,
Dir zu wünschen gute Nacht!

Ze kende enkel het eerste couplet, dus herhaalde ze het, telkens opnieuw. Ik knielde neer en zong al huilend en kwijlend mee, eerst zacht, later harder. Het voelde heilig. Kerst was heilig. Het samen zijn was heilig. Tot het weer stil werd. Onze stemmen waren uitgeput. Onze heilige doorbreking van de regel was voorbij. Alsof het nooit gebeurd was knielde zuster A. voor het tabernakel en liep krakend weg. Ik knielde nog even alleen, magisch gelukkig.
Kerst in het klooster duurde altijd 8 (heerlijke) dagen. Maar geen enkele dag kon nog toppen aan dat magische moment, waarop de liefde de stilte doorbrak.

Fijne kerst lieve allemaal!!!! Laat het magisch zijn.